06 - 24 16 16 93 info@fertiliteitszone.nl

Heb jij een zaadonderzoek uit laten voeren? Vraag je je nu af wat al die cijfers nou eigenlijk precies betekenen? Wil je zelf kunnen bekijken of het goed is of niet? In dit blog vertellen we je alles wat je wilt weten over de uitslag van je zaadonderzoek.

We proberen je een antwoord te geven op de vraag of het wel of niet goed door de normaalwaarden te bespreken. Vergelijk ze eens met je eigen zaadonderzoek, dan kun je een goede inschatting maken van je uitslag.

Bij de meeste uitslagen geven we ook een kleine uitleg, maar onderaan de blog staat een overzicht van de uitslagen wanneer deze als normaal worden gezien. Is jouw sperma kwaliteit niet goed genoeg of wil je van je goede kwaliteit een ultra goede kwaliteit maken? Lees dan in onze vorige blogs meer dan 20 tips over het verbeteren van je zaadkwaliteit. 

Homogeniteit en kleur.

Sperma bestaat uit zaadcellen (spermatozoa) en uit vocht (semenplasma).
Normaal heeft sperma een melkachtige-grijze kleur. Het is homogeen (zonder klonten). Er kunnen wel eens wat kleine gelachtige korrels aanwezig zijn, maar over het algemeen is het vrij glad van structuur.

Als het sperma bruin van kleur is, zou het kunnen dat er rode bloedcellen aanwezig zijn. Heeft het sperma een heldere oftewel meer transparante kleur dan kan het zijn dat de concentratie van zaadcellen laag is. Een gele kleur kan wijzen op urine in het staal of bilirubine (wat een afbraakproduct is van rode bloedcellen).

Viscositeit.

Normaal sperma is direct na de zaadlozing taai/slijmerig. Maar na 10-30 minuten wordt het sperma meer vloeibaar.

Als het niet goed gelukt is om het volledige sperma op te vangen kan de uitslag wat vertekend zijn. Het 1e deel van de zaadlozing zorgt voor de viscositeit van het sperma, dus de stevigheid. In het 2e deel van de zaadlozing zitten vooral de zaadcellen. Omdat het vocht van belang is voor de beweeglijkheid van de zaadcellen, heeft het missen van het 1e deel vooral invloed op de mobiliteit. Het missen van het 2e deel heeft vooral invloed op de concentratie aan zaadcellen.
Ook de pH kan veranderen bij een onvolledig opgevangen zaadlozing.

Volume.

Het volume moet minimaal 1,5ml zijn.
Een te klein volume kan ontstaan doordat de prostaat en de zaadblaasjes niet voldoende vocht afscheiden, maar het kan ook komen door een onvolledige zaadlozing of (gedeeltelijke) retrograde zaadlozing. Dit laatste betekent dat de zaadlozing in de urineblaas uit komt. Verder kan het ook betekenen dat er een obstructie (verstopping) aanwezig is.
Als het volume minder is dan 0,4 ml is het niet mogelijk om het staal te beoordelen.

pH oftewel zuurtegraad.

Het vocht uit de prostaat en de zaadblaasjes samen zorgt ervoor dat de pH van het sperma tussen de 7,2 en 8 uit komt.

Als de pH te laag is (<7) kan de oorzaak zijn dat er de zaadblaasjes niet voldoende ontwikkelt zijn.

Totaal aantal zaadcellen.

Dit is niet hetzelfde als de concentratie zaadcellen. Het totaal aantal zaadcellen per ejaculaat is hangt samen met hoe groot de kans is op een zwangerschap en hoe snel een zwangerschap gerealiseerd zou kunnen worden. Het zegt iets over de functie van de teelballen.
Normaal gesproken zou het totaal meer dan 39 miljoen moeten zijn (39×10^6).

Als er geen zaadcellen gevonden worden dan kan dat komen door een obstructie (verstopping) of door een niet-obstructieve oorzaak. Dit moet altijd beter onderzocht worden.

Concentratie zaadcellen.

De zaadcel concentratie is afhankelijk van de hoeveelheid vocht die toegevoegd wordt uit de prostaat en de zaadblaasjes en het zegt niets over de functie van de teelballen.
Het is het aantal zaadcellen dat gevonden wordt per ml in het ejaculaat. Normaal gesproken is dit meer dan 15 miljoen per ml (15×10^6 per ml).

Bij minder dan 15 miljoen spreekt men van oligozoöspermie. Deze is onder te verdelen in ernstige (minder dan 5 miljoen) of extreme (minder dan 1 miljoen) oligozoöspermie.

Mobiliteit van de zaadcellen.

Dit bepaalt de kwaliteit van het semen. Het is belangrijk dat zaadcellen kunnen bewegen voor zowel de natuurlijke bevruchting als voor de geassisteerde bevruchting (IUI en IVF). Daarom is dit een belangrijk kenmerk voor het bepalen van de mate van vruchtbaarheid van de man. Het aantal actief bewegende zaadcellen is hiervoor het meest belangrijk.

De zaadcellen worden in 4 klassen ingedeeld:
– Goed / snel bewegende zaadcellen (A)
– Matig / langzaam bewegende zaadcellen (B)
– Slecht / op de plaats bewegende zaadcellen (C)
– Niet bewegende zaadcellen (D)

De mobiliteit van de zaadcellen in het ejaculaat wordt beïnvloed door de onthoudingsperiode. Deze moet ongeveer 2 of 3 dagen zijn. Bij een langere onthoudingsperiode wordt de mobiliteit minder omdat de spermatozoa langer in de bijbal verblijven.
Ook de temperatuur waarop je het semen hebt bewaard na zaadlozing bepaald de beweelijkheid. Dit moet op ongeveer lichaamstemperatuur bewaard blijven.
Verder mag er ook maar 1 uur zitten tussen de zaadlozing en het zaadonderzoek.
Als het sperma te taai/slijmerig is, kunnen de zaadcellen ook minder vrij bewegen.

– Minimaal 32% van de zaadcellen heeft een goede/snelle of matige/langzame voorwaartse beweging: A+B.
– Minimaal 40% van de zaadcellen beweegt (voorwaarts of op de plaats): A+B+C

Vitaliteit:

Dit is het aantal levende cellen en wordt meestal in een percentage aangegeven. Dit percentage moet minimaal 58% zijn.
Het ook wel de Funcitonele Integriteit Test (FIT) genoemd.

Morfologie:

Dit is de vorm van de zaadcellen.
Minimaal 4% van de zaadcellen moet een normale vorm hebben. We hebben wel eens gelezen dat 7% een hoge score is, maar hebben dit nergens bevestigd gevonden.

VCM:

Dit staat voor volume concentratie mobiliteit.
Het is het aantal bewegende zaadcellen per ejaculaat.

Je berekent het op de volgende manier:
(Volume x concentratie zaadcellen x percentage progressief bewegende zaadcellen) / 100

Normaal is dit minimaal 10 miljoen per ejaculaat.

MAR test:

Dit is de Mixed Antiglobuline Reaction test. Het is een test om te zien of antistoffen tegen de zaadcellen aanwezig zijn. Deze antistoffen beïnvloeden de beweeglijkheid van de zaadcellen of ze maken het onmogelijk voor de zaadcellen om de wand van de eicel te doordringen.
Het wordt weergegeven in een percentage. Dit percentage moet kleiner zijn dan 40%.

Agglutinen/agglutinatie:

Dit is het samenklonteren van bewegende zaadcellen. Normaal gesproken is dit niet aanwezig.

Als het wel aanwezig is kan het zorgen voor een verminderde vruchtbaarheid. Er kunnen aanvullende tests nodig zijn om te bepalen of het een immunologische oorsprong heeft (dus door een verkeerd afweer mechanisme). Dit is echter niet altijd zo.

Agglutinatie is onder te verdelen in 4 gradaties:
– Er wordt 1 agglutinaat van minder dan 10 zaadcellen gevonden
– In het sperma is er 1 agglutinaat van 10-50 zaadcellen gevonden
– Er zijn meerdere agglutinaten en ze bevatten meer dan 50 cellen per agglutinaat. In het sperma vindt men maar weinig vrije zaadcellen.
– Alle agglutinaten zijn onderling verbonden, er is geen vrij sperma.

De oorzaak van agglutinatie kunnen scrotum letsels, ontstekingen van de teelballen, infecties zoals chlamydia, oververhitting van de testikels of problemen met de bloedvoorziening zijn.

Aggregatie.

Dit is het samenklonteren van niet beweeglijke zaadcellen. Zaadcellen hechten aan bijvoorbeeld epitheelcellen, immuuncellen, rode bloedcellen, dode cellen (dit ontstaat bij bijvoorbeeld een ontsteking in de testikels), vernietigde cellen of slijm of onbeweeglijke zaadcellen hechten aan elkaar.

Normaal is dit niet aanwezig.

Het kan onder andere ontstaan door ontsteking van de teelballen, zaadblaasjes of prostaat, door SOA’s of andere verwondingen.

Ronde cellen.

Dit is de som van de voorlopers van de zaadcellen en de witte bloedcellen (oftewel leukocyten).

Normaal gesproken zijn er minder dan 5 miljoen ronde cellen aanwezig per ml.
Als er meer dan 1 één miljoen ronde cellen aanwezig zijn per ml is het verstandig om nader te onderzoeken welke soort cellen er aanwezig zijn.

De voorlopers van zaadcellen kunnen onder andere gevonden worden wanneer er een sterilisatie is geweest.
Als er meer dan één miljoen witte bloedcellen per ml aanwezig zijn kan dat wijzen op een infectie. Dat moet natuurlijk onderzocht worden.

Er zijn 7 dingen om rekening mee te houden voordat je het zaadonderzoek uit laat voeren:

1) Onthoudingstijd van 2-7 dagen.

Uit onderzoek is gebleken dat je het beste enkele dagen voor het zaadonderzoek geen gemeenschap kunt hebben omdat je dan een betere productie van zaadcellen hebt. Zeker als je kwaliteit wat minder is helpt onthouding om de kwaliteit wat op te hogen.
Het heeft invloed op het volume, het aantal zaadcellen (concentratie), de vorm van de zaadcellen (morfologie) en het percentage goed voortbewegende zaadcellen.

2) Gebruik geen condoom voor het opvangen van het sperma.

Een condoom heeft zaaddodende eigenschappen.

3) Je mag het sperma niet opvangen door gebruik te maken van onderbroken gemeenschap.

Als je dat wel zou doen zou het sperma niet compleet kunnen zijn en eventueel verontreinigt kunnen zijn. Dat kan van invloed zijn op de kwaliteit.

4) Het is belangrijk dat de artsen nagevraagd hebben of je medicatie (incl pijnstillers) of anabole steroïden hebt gebruikt.

Bepaalde medicijnen kunnen van invloed zijn op je zaadkwaliteit en dus moet er, indien nodig, gekeken worden of deze aangepast moeten/kunnen worden.

5) Het is ook belangrijk dat er nagevraagd wordt of je de afgelopen 3 maanden koorts hebt gehad.

Koorts kan gedurende 3 maanden van invloed zijn op je zaadkwaliteit. Het kan dan invloed hebben op de concentratie, de beweeglijkheid en de vorm van de zaadcellen.

6) Het zaadmonster kan zowel thuis als in het ziekenhuis/kliniek opgevangen worden, maar als het je gelukt is om het sperma op te vangen is het belangrijk dat de analyse binnen een uur kan starten.

Uit onderzoek is gebleken dat de beweeglijkheid van de zaadcellen met 5-10% per uur afnam. Deze afname starte een uur na de zaadlozing. Ook is het voor de kwaliteit belangrijk dat je het zaadmonster op je lichaam (tussen kamertemperatuur en lichaamstemperatuur) vervoerd.

7) Het is belangrijk dat het sperma opgevangen wordt in een potje dat de arts of het laboratorium je voor heeft geschreven.

Dit is beter voor de kwaliteit.

Volume van het sperma:                       
          Normaal: ≥ 1,5 ml

Totaal aantal zaadcellen:                       
          Normaal: ≥ 39 miljoen

Concentratie zaadcellen:                       
          Normaal: ≥ 15 miljoen / ml

Vitaliteit (aantal levende zaadcellen):
          Normaal : ≥ 58%

Beweeglijkheid van de zaadcellen (motiliteit):                   
          Normaal: > 32% beweegt heeft een goede/snelle of matige/langzame voorwaartse beweging (A+B)

          Normaal: > 40% beweegt in totaal (voorwaarts en op de plaats) (A+B+C)

Morfologie of vorm van de zaadcellen:
          Normaal: ≥ 4% heeft een normale vorm

pH van het sperma:
          Normaal: > 7.2 en < 8

VCM (volume concentratie motiliteit):
          Normaal: ≥ 10 miljoen per ejaculaat

MAR test:                                                   
          Normaal: < 40%

Aantal ronde cellen:
          Normaal: < 5 miljoen/ml

Aggregaten gezien:
          Normaal: niet aanwezig

Agglutinen gezien:
          Normaal: niet aanwezig

Heb je nog vragen? Of wil je dat wij even meekijken met jouw zaadonderzoek, stuur ons dan een bericht.

6 + 12 =